pagina 14 geschiedenis van portugal

 

 

 

 ' HORTA PENDENTE'

is een    particulier        vakantiehuis    in    de     NATUUR,    op de     uiterste punt     van  de   Algarve,   Portugal

 

 naar de:        homepage

 

 

Geschiedenis van Portugal

 

Het begin:

Portugal werd al 500.000 jaar geleden bewoond door Neanderthalers. Vanaf 3.000 v.Chr. ontstonden aan de Atlantische kust Fenicische handelsnederzettingen. In de 8e eeuw v.Chr. vielen Keltische stammen afkomstig uit centraal Europa het noordelijk deel binnen en mengden zich onder de lokale Iberische bevolking. Hierdoor ontstonden de Keltiberiërs. In de 4de eeuw v.Chr. werden aan de kusten nederzettingen gesticht door Grieken en Carthagers.

De Romeinse tijd:

Van + 200 v.Chr. tot het begin van de jaartelling veroverden de Romeinen  het Iberisch Schiereiland. Zij noemden dit schiereiland Lusitania. De welvaart nam toe en veel dorpen werden gesticht. Mérida was de hoofdstad . Later ontstond uit het noordelijke deel van Lusitania de provincie Gallaecia (= Noordwestelijke deel van Spanje en het Noorden van het huidige Portugal) met de hoofdstad Bracara (het huidige Braga).

Later vielen Germaanse stammen waaronder de Visigoten het schiereiland binnen en verdreven de Romeinen.

Moorse overheersing en het ontstaan van Portugal

In 711 vielen islamitische Moren (vooral Berbers) het Iberische Schiereiland binnen. Tarik ibn Zijad neemt het zuidelijkste puntje van Spanje  in. Het wordt naar hem vernoemd:   Gibraltar is afgeleid van "Djebel Tarik" (= berg van Tarik). Hij bouwt ter plaatse een vesting. De moslims vallen vervolgens het Visigotenrijk binnen. De laatste koning Roderic valt in de Slag van Guadalete. Vrijwel het hele schiereiland komt in Arabische handen. Dit is het einde van het Visigotenrijk.

De Gotische adel vluchtte naar het noordelijke, niet veroverde Asturische hoogland. Van daar uit bleven ze pogen om het land opnieuw te heroveren. In 868 veroverden ze het gebied tussen de Minho (nu de Noordelijke grens Portugal- Spanje) en de Douro (een paar 100 km zuidelijker) . Deze meest Noordelijke streek van het huidige Portugal was toen bekend als het graafschap Portucale.

In 1095 schonk koning Alfonso VI van Castilië het graafschap Portucale aan zijn schoonzoon Hendrik van Bourgondië, die Portucale succesvol tegen de Moren had verdedigd. Hij  voegde Portucale en Coimbra samen en verklaarde Portugal in 1109 onafhankelijk. Dit werd betwist door het Huis van Castilie.

Zijn zoon, Afonso Henriques van Bourgondië, volgde hem op. Braga, het onofficiële katholieke centrum van het Iberische Schiereiland kreeg concurrentie van andere regio's. De heren van de steden Coimbra en Porto (toen Portucale) eisten met de geestelijkheid van Braga de onafhankelijkheid van het nieuwe land.

Afonso versloeg  zijn moeder, prinses van Castilie en erfgenaam van Portucale,  bij de Slag van São Mamede in 1128.  Dit geldt als begin van de  onafhankelijkheid. Afonso riep zichzelf later uit tot Koning van Portugal. In 1143 werd Portugal officieel erkend met de prins als Dux Portucalensis. Afonso I werd door paus Alexander III tot koning uitgeroepen. Guimarães werd de eerste hoofdstad, later werd geregeerd vanuit  Coimbra.

Pas in 1249 en 1250 werd ook de Algarve heroverd op de Moren en werd Lissabon de hoofdstad. De streek heette in het Arabisch  "al-Gharb al-Ândalus", oftewel "ten westen van Andalusië".

De landsgrenzen waren sindsdien stabiel; de enige grens met het vasteland, namelijk deze met Spanje, is sinds de 13e eeuw vrijwel onveranderd gebleven.

Portugal richtte zich vooral op de zee. Visvangst en overzeese handel zijn altijd de belangrijkste economische activiteiten geweest. De technologische ontwikkelingen in de navigatie samen met de grote interesse van Hendrik de Zeevaarder voor ontdekkingsreizen maakten Portugals expansie mogelijk en leidden tot grote vooruitgang in de geografische kennis.

De Bloei van Portugal:

In de 15e en 16e eeuw overschaduwde Portugal de meeste andere landen op economisch, politiek en cultureel gebied en ontwikkelde het een uitgebreid rijk over de hele wereld. Twee miljoen Portugezen heersten over rijk met miljoenen inwoners in Amerika, Afrika, het Grote aantallen Portugese kooplieden en missionarissen werden aangetrokken.

Het begin van het Portugese Rijk was de verovering van Ceuta in Noord-Afrika in 1415 door de Portugese Armada met koning Johan I en zijn zonen waaronder  prins Hendrik de Zeevaarder. Madeira, de Azoren, Angola, de Kaapverdische eilanden en Tanger volgden.

Na de ontdekking van Amerika door de Spanjaarden regelde een  Verdrag de verdeling van de  (nog grotendeels niet ontdekte) wereld tussen de Spanje en Portugal langs een noord-zuidlijn. al het land ten oosten ervan was voor Portugal en al het land ter westen ervan voor Spanje.

Vasco da Gama bereikte Calcutta al in 1498 en Goa viel 10 jaar later in handen van Portugal. Mozambique Madagaskar,  Mauritius, de Molukken en Macau waren volgende parels in de Portugese kroon. Ook nu nog is een groot deel van deze gebieden Portugees sprekend. Brazilië is het grootste Portugees sprekende land.

De fanatiek katholieke Portugese kroon wees tegen het einde van de 15de eeuw alle joden uit. die zich niet bekeerden tot het katholicisme. Een groot aantal van hen bleef echter, in het geheim, hun joodse religie beoefenen ook al lag het gevaar van de Inquisitie op de loer.

In 1578 stierf koning Sebastiaan kinderloos. Philips II van Spanje deed erfrechten op Portugal gelden en werd koning van Portugal.

Onder zijn regering was het gedaan met de  glorie van Portugal. De Portugese kolonies werden aangevallen door de vijanden van Spanje, voornamelijk Nederland en Engeland. Later probeerde Philips IV van Spanje Portugal tot een Spaanse provincie te maken. De Portugese adel kwam in opstand en in 1640 werd hun leider, de hertog van Bragança,  tot koning Joao IV uitgeroepen. Een onafhankelijkheidsoorlog met Spanje volgde.

Ook in de 17e eeuw emigreerden vele Portugezen vooral naar Brazilië. De emigratie werd verboden  om verdere leegloop tegen te gaan.

 Tijdperk-Pombal

In 1738 begon de markies van Pombal zijn diplomatieke carrière als Portugees ambassadeur minister van Buitenlandse Zaken.en eerste minister van Portugal Hij schafte de slavernij in de Portugese kolonies in India af, reorganiseerde het leger, herstructureerde de universiteit van Coimbra en beëindigde de discriminatie van een aantal christelijke sektes.

Hij voerde  economische hervormingen door op economisch en financieel gebied. Meerdere bedrijven en gilden werden opgericht. Hij definieerde het gebied voor de productie van port, en was de eerste in Europa die wijnkwaliteit en -productie probeerde te reguleren.

In 1755 werd Portugal getroffen door een zeer zware aardbeving (9 op de Schaal van Richter). Lissabon werd verwoest. Pombal overleefde de ramp en begon met de heropbouw. De nieuwe benedenstad van Lissabon werd binnen een periode van een jaar al herbouwd, nu ontworpen om aardbevingen te weerstaan.

Na de aardbeving kreeg Pombal van de koning nog meer macht en werd een (progressieve) dictator. Na een moordaanslag op de koning vervolgde Pombal elke mogelijke betrokkene, zelfs vrouwen en kinderen. Hele families werden geëxecuteerd.De jezuïeten werden het land uitgezet.. Pombal heerste over Portugal tot de dood van Jozef I in 1777. Zijn opvolgster, koningin Maria I van Portugal, beknotte zijn invloed.

Moderne tijd

Crises van de negentiende eeuw

In 1807 weigerde Portugal toe te treden tot het Continentaal stelsel. Een Franse invasie volgde en Lissabon werd ingenomen. Britse interventie in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog herstelde de onafhankelijkheid van Portugal en de laatste Franse troepen werden in 1812 het land uitgezet. De oorlog kostte Portugal de provincie Olivença die nu bij Spanje hoort en leidde tot de onafhankelijkwording van Brazilië in 1822.

De dood van Joao VI in 1826 leidde tot een crisis in opvolging. Zijn oudste zoon was al keizer van Brazilië en beide landen wensten niet opnieuw verenigd te worden. Ontevredenheid onder de landeigenaren en de kerk leidde tot de Liberale Oorlogen waarin met Britse hulp de liberale kleindochter van Joao, Maria II da Gloria, de troon besteeg. Zij bleef de reactionaire absolutistische krachten bestrijden. Met haar stierf de laatste vorst uit het huis van Bragança.

Op 1 februari 1908 werden koning Carlos van Portugal en de kroonprins tijdens een rijtoer door de straten van Lissabon doodgeschoten. Carlos werd opgevolgd door zijn zoon Emanuel II van Portugal die tijdens de aanslag slechts licht gewond geraakt was. Deze zou als koning Emanuel II slechts twee jaar over Portugal regeren.

De eerste republiek

Op de monarchie volgde van 1910 tot 1926 de eerste republiek die gekenmerkt was door grote politieke instabiliteit. In de 16 jaar van haar bestaan traden 9 presidenten en 45 regeringen aan. De zwakke republiek werd van binnen uit door de monarchisten en door de socialisten aangevallen.

Militaire dictatuur en Estado Novo

In 1926 had een militaire staatsgreep plaats. In 1928 werd António de Oliveira Salazar de machtigste man in Portugal. Hij werd in 1932 minister-president. In 1933 kwam er een nieuwe regering die een eenpartijstaat instelde en werd de "Estado Novo" (Nieuwe Staat)opgericht. Corporatisme, sterk anticommunisme en kritiek op het kapitalisme waren de kenmerken. Van goed onderwijs werd een speerpunt. De Rooms-katholieke kerk werd versterkt. Tegenstanders (extreme fascisten, marxisten, sociaal-democraten, liberalen vrijmetselaars) werden onderdrukt.

Salazar oogstte in de jaren '30 met zijn economische politiek bewondering in delen van de westerse wereld die geplaagd werden door de economische depressie. Portugal bleef echter een koloniale macht en de industrialisatie bleef beperkt terwijl de handel met de Verenigde Staten en Ierland sterk toenam.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behield Portugal zijn neutraliteit en werd tezamen met Franco's Spanje een vluchtoord voor de joden van West-Europa hoewel Salazar voorheen met Mussolini sympathiseerde.

De geheime dienst was gevreesd. Salazar regeerde tot 1968.  Marcello Caetano zette de lijn van Salazar voort.

De Derde Republiek

De Anjerrevolutie van 1974 was een geweldloze linkse militaire staatsgreep tegen de Estado Novo onder leiding van Caetano. Hij werd uitgevoerd met hulp van progressieve krachten uit West-Europa en communistische diensten uit het Oostblok. De Derde Republiek werd geïnstalleerd. Brede hervormingen vonden plaats.

Vanaf 1975 werd het Portugese koloniale rijk overzee ontmanteld. Vele Portugezen kwamen terug uit de koloniën. Een economische opleving was het resultaat van de herstelde banden met Frankrijk en de Europese Unie. In 1986 werd Portugal lid van de EU en in 1999 werd de Portugese munt, de escudo,  vervangen door de euro.

 

 

Naar:  Wikipedia, de vrije encyclopedie

 

 

terug naar pagina 6